Jesaja 49:4-8

Doch ik zeide: Tevergeefs heb ik mij afgemat, voor niets en vruchteloos mijn kracht verbruikt. Evenwel, mijn recht is bij de Here en mijn vergelding is bij mijn God.
Maar nu zegt de HERE, die mij van de moederschoot aan vormde tot zijn knecht, om Jakob tot Hem terug te brengen en om IsraŽl tot Hem vergaderd te doen worden (en ik werd geŽerd in de ogen des HEREN en mijn God was mijn sterkte)
Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van IsraŽl terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde.
Zo zegt de HERE, IsraŽls Verlosser, zijn Heilige, tot de diep verachte, de bij het volk verafschuwde, de knecht van heersers: Koningen zullen dit zien en opstaan; vorsten, en zich nederbuigen, ter wille van de HERE, die getrouw is, de Heilige IsraŽls, die u verkoren heeft.
Zo zegt de HERE: Ten tijde des welbehagens heb Ik u verhoord, en ten dage des heils heb Ik u geholpen; Ik zal u behoeden en u stellen tot een verbond voor het volk om het land weder te herstellen, om verwoeste eigendommen weer tot een erfdeel te maken,

Terug naar Profetie

Terug naar hoofdpagina