Terug naar Homepagina
ChronologieŽn van de koningen van Juda en IsraŽl


Deze moderne chronologie is gebaseerd op de volgende gedachten:

De chronologie van de koningen van Juda en IsraŽl berust allereerst op een reeks regeringsperioden en onderlinge verwijzingen, die opgetekend staan in de boeken 1 en 2 Koningen. De troonsbestijging van elke koning wordt gedateerd in termen van het bewind van zijn tijdgenoot in het buurkoninkrijk IsraŽl resp. Juda.
Op het eerste gezicht lijken de regeringsjaren van de koningen van Juda en IsraŽl niet met elkaar te rijmen. Thiele heeft echter aangetoond, dat deze wel met elkaar matchen, door enkele eenvoudige aannames te doen.
In Oud Testamentische tijden werd natuurlijk nog niet gerekend met jaren uit de Juliaanse of christelijke kalender, maar met Nisan-jaren en/of Tisri-jaren. Een kalenderjaar kon beginnen op 1 Nisan (of Abib), en dan spreken we van een Nisan-jaar. Of op 1 Tisri (of Etanin), en dan spreken we van een Tisri-jaar. Dit zijn maan-maanden, die beginnen rond het lentepunt respectievelijk het herfstpunt. Regeringsjaren zouden dus Nisan-jaren of Tisri-jaren kunnen zijn. Verder zijn er nog twee systemen mogelijk. Het kalenderjaar van de troonsbestijging kan het 1e regeringsjaar worden genoemd. Maar in een ander systeem wordt het kalenderjaar dat volgt op het jaar van de troonsbestijging het 1e regeringsjaar wordt genoemd.

Volgens Thiele vond de scheuring van het Koninkrijk IsraŽl in twee stammen (Juda) en tien stammen (IsraŽl) plaats in het jaar 931 v. Christus. Dat is ook een uitgangspunt van deze chronologie. Uiteraard zijn er alternatieven mogelijk. Maar het doel van deze chronologie is om te laten zien dat de chronologiŽn van Juda en IsraŽl naadloos bij elkaar passen.
De volgende schemaís, zeker tot 841, zijn eenvoudiger dan die van Thiele. Maar ook dan zijn de chronologieŽn van de koningen van Juda en van IsraŽl passend te krijgen. In eerste instantie wordt hier aangenomen:
- de regeringsjaren van Juda zijn Tisri-jaren en het beginjaar is een troonbestijgingsjaar en het volgende jaar is als het 1e jaar opgetekend
- de regeringsjaren van IsraŽl zijn Nisan-jaren en het beginjaar is als het 1e jaar opgetekend.
Na 841 geldt echter:
- de regeringsjaren van Juda zijn Tisri-jaren en het beginjaar is als het 1e jaar opgetekend
- de regeringsjaren van IsraŽl zijn Nisan-jaren en het beginjaar is een troonbestijgingsjaar en het volgende jaar is als het 1e jaar opgetekend.
Vanaf 726 geldt weer:
- de regeringsjaren van Juda zijn Tisri-jaren en het beginjaar is een troonbestijgingsjaar en het volgende jaar is als het 1e jaar opgetekend
En dan is het goed mogelijk om aan de hand van de bijbehorende Bijbelteksten tot de volgende schema's te komen:



41 jaar was Rechabeam oud, toen hij koning werd, en 17 jaar regeerde hij te Jeruzalem (1 Kon. 14:21)
In het 18e jaar van koning Jerobeam, de zoon van Nebat, werd Abiam koning over Juda. 3 jaar regeerde hij te Jeruzalem. (1 Kon 15:1-2)
In het 20e jaar van Jerobeam, de koning van IsraŽl, kwam Asa als koning van Juda aan de regering. (1 Kon 15:9)

Juda: Rehabeam Abiam Asa
T 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 T 1 2 3 T 1 2 3
932 931 930 929 928 927 926 925 924 923 922 921 920 919 918 917 916 915 914 913 912 911 910 909 908
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 1 2 1
IsraŽl: Jerobeam Basa
Nadab
De tijd nu, die Jerobeam geregeerd heeft, was 22 jaar. En hij ging bij zijn vaderen te ruste en zijn zoon Nadab werd koning in zijn plaats. (1 Kon. 14:20)
Nadab nu, de zoon van Jerobeam, werd koning over Israel in het 2e jaar van Asa, de koning van Juda, en regeerde 2 jaar over IsraŽl. (1 Kon 15:25)
Basa heeft hem gedood in het 3e jaar van Asa, de koning van Juda, en werd koning in zijn plaats. (1 Kon. 15:28)



In het 20e jaar van Jerobeam, de koning van IsraŽl, kwam Asa als koning van Juda aan de regering. 41 jaar regeerde hij te Jeruzalem. (1 Kon. 15:9-10)

Asa
T 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
912 911 910 909 908 907 906 905 904 903 902 901 900 899 898 897 896 895 894 893 892 891 890 885 888
20 21 22 1 2 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21
Jerobeam Basa
Nadab

De tijd nu, die Jerobeam geregeerd heeft, was 22 jaar. En hij ging bij zijn vaderen te ruste en zijn zoon Nadab werd koning in zijn plaats. (1 Kon. 14:20)
Nadab nu, de zoon van Jerobeam, werd koning over Israel in het 2e jaar van Asa, de koning van Juda, en regeerde 2 jaar over IsraŽl. (1 Kon 15:25)
Basa heeft hem gedood in het 3e jaar van Asa, de koning van Juda, en werd koning in zijn plaats. (1 Kon. 15:28)
In het 3e jaar van Asa, de koning van Juda, werd Basa, de zoon van Achia koning over geheel IsraŽl te Tirsa, 24 jaar (1 Kon. 15:33).



In het 20e jaar van Jerobeam, de koning van IsraŽl, kwam Asa als koning van Juda aan de regering. 41 jaar regeerde hij te Jeruzalem. (1 Kon. 15:9-10)
Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda in het 4e jaar van Achab, de koning van IsraŽl. (1 Kon. 22:41)

Asa Josafat
20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 T 1 2
892 891 890 889 888 887 886 885 884 883 882 881 880 879 878 877 876 875 874 873 872 871 870 869 868
18 19 20 21 22 23 24 1 2 1 1
1
2
2
3
3
4
4
5
5
6
6
7 8 9 10 11 12 1 2 3 4 5 6
Basa Ela Omri Achab
Tibni
Zimri

In het 3e jaar van Asa, de koning van Juda, werd Basa, de zoon van Achia koning over geheel IsraŽl te Tirsa, 24 jaar (1 Kon. 15:33).
In het 26e jaar van Asa, de koning van Juda, werd Ela, de zoon van Basa, koning over IsraŽl te Tirsa; 2 jaar. (1 Kon. 16:8)
In het 27e jaar van Asa, de koning van Juda, werd Zimri koning te Tirsa, 7 dagen, (1 Kon. 16:15)
Toen splitste zich het volk IsraŽl in twee helften; de ene helft van het volk volgde Tibni, de zoon van Ginat, om hem koning te maken, en de andere helft volgde Omri. Doch het volk dat Omri volgde, kreeg de overhand op het volk dat Tibni, de zoon van Ginat, volgde. Toen Tibni gestorven was, werd Omri koning. (1 Kon 16:21-22)
In het 31e jaar van Asa, de koning van Juda, werd Omri koning over IsraŽl; 12 jaar. Te Tirsa regeerde hij 6 jaar. (1 Kon 16:23)
Achab, de zoon van Omri, werd koning over IsraŽl in het 38e jaar van Asa, de koning van Juda. En Achab, de zoon van Omri, regeerde te Samaria 22 jaar over IsraŽl. (1 Kon 16:29)

Merk op dat het 31e jaar van Asa het jaar is dat Omri alleen koning werd, terwijl zijn vermelde regeringsduur van 12 jaar ook de tijd betreft, waarin hij samen met een andere koning regeerde. Dit principe zullen we vaak tegen komen. Als het anders was, dan zou Achab pas 6 jaar later koning zijn geworden.



Josafat nu, de zoon van Asa, werd koning over Juda in het 4e jaar van Achab, de koning van IsraŽl. (1 Kon. 22:41)
Josafat was 35 jaar oud, toen hij koning werd en hij regeerde 25 jaar te Jeruzalem.
In het 5e jaar van Joram, de zoon van Achab, de koning van IsraŽl (Josafat was toen koning van Juda) werd Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda. (2 Kon. 8:16)

Asa Josafat Joram? Joram
40 41 T 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 1
872 871 870 869 868 867 866 865 864 863 862 861 860 859 858 857 856 855 854 853 852 851 850 849 848
3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 1 2 1 2 3 4 5
Achab Joram
Achazja

Achab, de zoon van Omri, werd koning over IsraŽl in het 38e jaar van Asa, de koning van Juda. En Achab, de zoon van Omri, regeerde te Samaria 22 jaar over IsraŽl. (1 Kon 16:29)
Achazja, de zoon van Achab, werd koning over IsraŽl te Samaria in het 17e jaar van Josafat, de koning van Juda, en hij regeerde twee jaar over IsraŽl. (1 Kon. 22:51)
Joram, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria in het 18e jaar van Josafat, de koning van Juda, en hij regeerde 12 jaar. (2 Kon. 3:1)

Een probleem is het volgende vers:
Joram werd koning in zijn plaats in het 2e jaar van Joram, de zoon van Josafat, de koning van Juda. (2 Kon. 1:17)



In het 5e jaar van Joram, de zoon van Achab, de koning van IsraŽl (Josafat was toen koning van Juda) werd Joram, de zoon van Josafat, koning van Juda. (2 Kon. 8:16)
Joram was 32 jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde 8 jaar te Jeruzalem. (2 Kron 21:5)
In het 12e jaar van Joram, de zoon van Achab, de koning van IsraŽl, werd Achazja, de zoon van Joram, koning van Juda. (2 Kon. 8:25)
22 jaar was Achazja oud, toen hij koning werd; hij regeerde ťťn jaar te Jeruzalem; zijn moeder heette Atalja; (2 Kon. 8:26)
Joas ... bleef 6 jaar bij haar verborgen in het huis des HEREN, terwijl Atalja over het land regeerde. Maar in het 7e jaar ... (2 Kon. 11:2-4)
In het 7e jaar van Jehu werd Joas koning en hij regeerde 40 jaar te Jeruzalem. (2 Kon. 12:1)

Achazja
Josafat Joram Atalja Joas
18 19 20 21 22 1 23 2 24 3 25 4 5 6 7 8 T 1 1 2 3 4 5 6 7 1 2 3 4 5 6 7
852 851 850 849 848 847 846 845 844 843 842 841 840 839 838 837 836 835 834 833 832 831 830 829 828
2 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 T 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
Joram Jehu

Joram, de zoon van Achab, werd koning over Israel te Samaria in het 18e jaar van Josafat, de koning van Juda, en hij regeerde 12 jaar. (2 Kon. 3:1)
De tijd nu, die Jehu over IsraŽl te Samaria geregeerd heeft, was 28 jaar. ( 2 Kon. 10:36)



In het 7e jaar van Jehu werd Joas koning en hij regeerde 40 jaar te Jeruzalem. (2 Kon. 12:1)

Joas
4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
832 831 830 829 828 827 826 825 824 823 822 821 820 819 818 817 816 815 814 813 812 811 810 809 808
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 T 27 1 28 2 3 4 5 6
Jehu Joachaz

De tijd nu, die Jehu over IsraŽl te Samaria geregeerd heeft, was 28 jaar. ( 2 Kon. 10:36)
In het 23e jaar van Joas, de zoon van Achazja, de koning van Juda, werd Joachaz, de zoon van Jehu, koning over IsraŽl te Samaria; hij regeerde 17 jaar. (2 Kon. 13:1)

Die 17 jaar is inclusief zijn regeringsjaren als co-regent.
Het 23e jaar van Joas (de koning van Juda), waarin Joachz koning over IsraŽl werd, is het jaar waarin Joachaz alleen koning werd, dus het jaar waarin Jehu stierf.
Het sterfjaar van Joachaz is het jaar dat Joas alleen koning werd over IsraŽl en het 37e jaar van Joas, de koning van Juda (zie het volgende schema), daaruit valt het beginjaar van Joachaz te bepalen (37e - 17 = 20e jaar van Joas, de koning van Juda).



In het 7e jaar van Jehu werd Joas koning en hij regeerde 40 jaar te Jeruzalem. (2 Kon. 12:1)
In het 2e jaar van Joas, de zoon van Joachaz, de koning van IsraŽl, werd Amasja koning, de zoon van Joas, de koning van Juda. (2 Kon. 14:1)
In het 27e jaar van Jerobeam, de koning van IsraŽl, werd Azarja koning, de zoon van Amasja, de koning van Juda. (2 Kon. 15:1 - Azarja = Uzzia)

Joas Amasja Uzzia (= Azarja)
24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 1 2 3 4 5 1
6
2
7
3
8
812 811 810 809 808 807 806 805 804 803 802 801 800 799 798 797 796 795 794 793 792 791 790 789 788
3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
T

1

2

3

4
T

5
1

6
2

7
3

8
4

9
5
Joachaz Joas Jerobeam

In het 23e jaar van Joas, de zoon van Achazja, de koning van Juda, werd Joachaz, de zoon van Jehu, koning over IsraŽl te Samaria; hij regeerde 17 jaar. (2 Kon. 13:1)
In het 37e jaar van Joas, de koning van Juda, werd Joas, de zoon van Joachaz, koning over IsraŽl te Samaria; hij regeerde 16 jaar. (2 Kon. 13:10)
In het 15e jaar van Amasja, de zoon van Joas, de koning van Juda, werd Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van IsraŽl, koning te Samaria; hij regeerde 41 jaar. (2 Kon. 14:23)



Toen Amasja 25 jaar oud was, werd hij koning en hij regeerde 29 jaar te Jeruzalem. (2 Kron. 25:1)
Amasja, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na de dood van Joas, de zoon van Joachaz, de koning van IsraŽl, 15 jaar. (2 Kon. 14:17)
[Dit klopt precies, want Joas stierf in 782/781 en Amasja in 767]
In het 27e jaar van Jerobeam, de koning van IsraŽl, werd Azarja koning, de zoon van Amasja, de koning van Juda. (2 Kon. 15:1 - Azarja = Uzzia)
Uzzia dan was 16 jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde 52 jaar te Jeruzalem. (2 Kron. 26:3 - Azarja = Uzzia)

Uzzia (= Azarja)
Amasja
5 1
6
2
7
3
8
4
9
5
10
6
11
7
12
8
13
9
14
10
15
11
16
12
17
13
18
14
19
15
20
16
21
17
22
18
23
19
24
20
25
21
26
22
27
23
28
792 791 790 789 788 787 786 785 784 783 782 781 780 779 778 777 776 775 774 773 772 771 770 769 768
6
2
7
3
8
4
9
5
10
6
11
7
12
8
13
9
14
10
15
11
16
12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25
Joas
Jerobeam

In het 37e jaar van Joas, de koning van Juda, werd Joas, de zoon van Joachaz, koning over IsraŽl te Samaria; hij regeerde 16 jaar jaar. (2 Kon. 13:10)
In het 15e jaar van Amasja, de zoon van Joas, de koning van Juda, werd Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van IsraŽl, koning te Samaria; hij regeerde 41 jaar. (2 Kon. 14:23)



Toen Amasja 25 jaar oud was, werd hij koning en hij regeerde 29 jaar te Jeruzalem. (2 Kron. 25:1)
Amasja, de zoon van Joas, de koning van Juda, leefde na de dood van Joas, de zoon van Joachaz, de koning van IsraŽl, 15 jaar. (2 Kon. 14:17)
[Dit klopt precies, want Joas stierf in 782/781 en Amasja in 767]
In het 27e jaar van Jerobeam, de koning van IsraŽl, werd Azarja koning, de zoon van Amasja, de koning van Juda. (2 Kon. 15:1 - Azarja = Uzzia)
Uzzia dan was 16 jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde 52 jaar te Jeruzalem. (2 Kron. 26:3 - Azarja = Uzzia)

Uzzia (= Azarja)
Amasja
20
25
21
26
22
27
23
28
24
29
25
26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43
772 771 770 769 768 767 766 765 764 763 762 761 760 759 758 757 756 755 754 753 752 751 750 749 748
22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 T T
T

1
T
2
1
3
Jerobeam Zekarja Sallum Pekach
Menachem

In het 15e jaar van Amasja, de zoon van Joas, de koning van Juda, werd Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van IsraŽl, koning te Samaria; hij regeerde 41 jaar. (2 Kon. 14:23)
In het 38e jaar van Azarja, de koning van Juda, werd Zekarja, de zoon van Jerobeam, koning over IsraŽl te Samaria; hij regeerde zes maanden. (2 Kon. 15:8)
Sallum, de zoon van Jabes, werd koning in het 39e jaar van Uzzia, de koning van Juda; hij regeerde een volle maand te Samaria. (2 Kon. 15:13)
In het 39e jaar van Azarja, de koning van Juda, werd Menachem, de zoon van Gadi, koning over Israel; hij regeerde 10 jaar te Samaria. (2 Kon. 15:17)



Uzzia dan was 16 jaar oud, toen hij koning werd, en hij regeerde 52 jaar te Jeruzalem. (2 Kron. 26:3 - Azarja = Uzzia)
In het 2e jaar van Pekach, de zoon van Remaljahu, de koning van IsraŽl, werd Jotam koning, de zoon van Uzzia, de koning van Juda. (2 Kon. 15:32)
[Jotams vader Uzzia werd toen melaats - 2 Kron 26:20-21]
Jotam was 25 jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde 16 jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Jerusa; zij was de dochter van Sadok. (2 Kron 27:1)
In het 17e jaar van Pekach, de zoon van Remaljahu, werd Achaz koning, de zoon van Jotam, de koning van Juda. (2 Kon. 16:1)
Achaz was 20 jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde 16 jaar te Jeruzalem. (2 Kon. 16:2)

Jotam
Uzzia (= Azarja) Achaz
40 41 42 1
43
2
44
3
45
4
46
5
47
6
48
7
49
8
50
9
51 1
10
52 2
11
3
12
4
13
5
14
6
15
7
16
8

9

10

11
20
12

13
752 751 750 749 748 747 746 745 744 743 742 741 740 739 738 737 736 735 734 733 732 731 730 729 728
T
T

1
T
2
1
3
2
4
3
5
4
6
5
7
6
8
7
9
8
10 T
9
1
10
2
11
12
13 14 15 16 17 18 19 20 T 1
Sallum Pekach Hosea
Menachem Pekachja

Sallum, de zoon van Jabes, werd koning in het 39e jaar van Uzzia, de koning van Juda; hij regeerde een volle maand te Samaria. (2 Kon. 15:13)
In het 39e jaar van Azarja, de koning van Juda, werd Menachem, de zoon van Gadi, koning over Israel; hij regeerde 10 jaar te Samaria. (2 Kon. 15:17)
In het 50e jaar van Azarja, de koning van Juda, werd Pekachja, de zoon van Menachem, koning over IsraŽl te Samaria, en regeerde 2 jaar. (2 Kon. 15:23)
In het 52e jaar van Azarja, de koning van Juda, werd Pekach, de zoon van Remaljahu, koning over IsraŽl te Samaria; hij regeerde 20 jaar. (2 Kon. 15:27)
En Hosea, de zoon van Ela, smeedde een samenzwering tegen Pekach, de zoon van Remaljahu; hij sloeg hem dood en werd koning in zijn plaats in het 20e jaar van Jotam, de zoon van Uzzia. (2 Kon. 15:30)
In het 12e jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over IsraŽl te Samaria; hij regeerde 9 jaar. (2 Kon. 17:1)



Achaz was 20 jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde 16 jaar te Jeruzalem. (2 Kon. 16:2)
In het 3e jaar van Hosea, de zoon van Ela, de koning van IsraŽl, werd Hizkia koning, de zoon van Achaz, de koning van Juda. (2 Kon. 18:1)
Jechizkia werd koning, 25 jaar oud, en hij regeerde 29 jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Abia; zij was de dochter van Zekarja. (2 Kron. 29:1)
Hij opende in het 1e jaar zijner regering, in de 1e maand, de deuren van het huis des HEREN en herstelde ze. (2 Kron. 29:3)
In het 14e jaar van koning Hizkia trok Sanherib, de koning van Assur op tegen alle versterkte steden van Juda en bezette ze. (2 Kon. 18:13)
Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de HERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen 15 jaar toevoegen, (Jes. 38:5)

Jotam
Achaz Hizkia

10

11
20
12
13 14 15 T 16 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
732 731 730 729 728 727 726 725 724 723 722 721 720 719 718 717 716 715 714 713 712 711 710 709 708
18 19 20 T 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Pekach Hosea Val van Samaria

En Hosea, de zoon van Ela, smeedde een samenzwering tegen Pekach, de zoon van Remaljahu; hij sloeg hem dood en werd koning in zijn plaats in het 20e jaar van Jotam, de zoon van Uzzia. (2 Kon. 15:30)
In het 12e jaar van Achaz, de koning van Juda, werd Hosea, de zoon van Ela, koning over IsraŽl te Samaria; hij regeerde 9 jaar. (2 Kon. 17:1)
In het 4e jaar van koning Hizkia (dat is het 7e jaar van Hosea, de zoon van Ela, de koning van IsraŽl) trok Salmanassar, de koning van Assur, op tegen Samaria en sloeg het beleg ervoor. (2 Kon. 18:9)
Men nam het in na verloop van 3 jaren; in het 6e jaar van Hizkia (dat is het 9e jaar van Hosea, de koning van IsraŽl) werd Samaria ingenomen. (2 Kon. 18:10)



Jechizkia werd koning, 25 jaar oud, en hij regeerde 29 jaar te Jeruzalem. Zijn moeder heette Abia; zij was de dochter van Zekarja. (2 Kron. 29:1)
Manasse was twaalf jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde 55 jaar te Jeruzalem. (2 Kon. 21:1, 2 Kron. 33:1)

Hizkia Manasse
15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 T 1 2 3 4 5 6 7 8 9
712 711 710 709 708 707 706 705 704 703 702 701 700 699 698 697 696 695 694 693 692 691 690 689 688

Manasse
6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
692 691 690 689 688 687 686 685 684 683 682 681 680 679 678 677 676 675 674 673 672 671 670 669 668

Manasse
26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49
672 671 670 669 668 667 666 665 664 663 662 661 660 659 658 657 656 655 654 653 652 651 650 649 648



Manasse was twaalf jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde 55 jaar te Jeruzalem. (2 Kon. 21:1, 2 Kron. 33:1)
Amon was 22 jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde 2 jaar te Jeruzalem. (2 Kon 21:19)
Josia was 8 jaar oud, toen hij koning werd; hij regeerde 31 jaar te Jeruzalem. (2 Kon. 22:1)

Manasse Amon Josia
46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 T 1 2 T 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
652 651 650 649 648 647 646 645 644 643 642 641 640 639 638 637 636 635 634 633 632 631 630 629 628




Terug naar Homepagina