Profetie over het christendom

Openbaring 2-3 bevat profetieën over het verloop van het christendom vanaf de eerste eeuw.

Home
Hoofdstuk \ Schema Schema van het boek Openbaring
1 Inleiding Inleiding op het boek Openbaring
2:1-7 Efeze Begintijd
2:8-11 Smyrna Romeinse vervolgingen
2:12-17 Pergamus Begin Rooms Katholieke Kerk
2:18-29 Thyatira Bloei Rooms Katholieke Kerk
3:1-6 Sardis Reformatie
3:7-13 Filadelfia Bijbelgetrouw
3:14-22 Laodicea Onverschillig en afvallig

_________________________________________________________________
^ Top

De brief aan Smyrna
Openbaring 2:8-11

47 - 312

8 ¶ En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en weer levend geworden: 9 Ik weet uw verdrukking en uw armoede-maar u bent rijk-, en de laster van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de satan. 10 Vrees niets van wat u zult lijden. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u op de proef gesteld wordt, en u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven. 11 Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, zal geenszins van de tweede dood schade lijden.


8 ¶ En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en weer levend geworden:

Smyrna betekent mirre. Mirre werd gebruikt voor het balsemen van lichamen bij begrafenissen (Matteüs 26:12, Lukas 23:56). De huidige naam van deze stad in Turkije is Izmir.
Jezus stelt zich voor als de eerste en de laatste, d.w.z. impliciet als Jahweh (Jesaja 44:6), als degene die alle macht heeft (Matteüs 28:18).
Maar Hij zegt ook dat Hij dood geweest is en weer levend geworden. Dat is een vertroosting voor deze gemeente, die veel moet lijden in vervolging. De Heer weet uit ondervinding wat lijden en sterven is en leeft met zijn vervolgde discipelen mee. En Hij bemoedigt ze door hen er op te wijzen dat Hij weer leeft en dat zij net zo levend zullen worden, als ze gedood zouden worden.



© Sweet Publishing/FreeBibleimages.org.
9a Ik weet uw verdrukking en uw armoede-maar u bent rijk-,

Opnieuw een meeleven van de Heer, maar ook een vertroosting. In vervolging en verdrukking kunnen christenen arm zijn, ze kunnen in de ogen van de wereld weinig aardse bezittingen hebben. Maar geestelijk zijn ze rijk in het geloof en erfgenamen van het koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben (Jakobus 2:5). Als we met Christus lijden, zullen we ook met Hem glorie verkrijgen (Romeinen 8:17-18) in het koninkrijk Gods.



© Sweet Publishing/FreeBibleimages.org.
9b en de laster van hen die zeggen dat zij Joden zijn en het niet zijn, maar een synagoge van de satan.

Geestelijk gezien zijn Joden pas joods in het geloof als ze besneden van hart zijn (Romeinen 2:28-29), d.w.z. bekeerd. Dat zijn Joden, die Jezus Christus afwijzen, niet. Sterker nog, Jezus zei tegen hen: U hebt de duivel tot vader (Johannes 8:42-44 - overigens is volgens 1 Johannes 3:10 elke verloren zondaar een kind van de duivel en werd zelfs Petrus satan genoemd toen hij zich verzette tegen de Heer (Matteüs 16:23)).
In de eerste eeuwen hadden de discipelen regelmatig last van laster van Joden, die boos op hen waren, omdat zij volgelingen van Jezus waren geworden. Daarvan staan enkele voorbeelden in de Bijbel:
In Antiochië in Pisidië De Joden echter stookten de aanzienlijke godsdienstige vrouwen en de voornaamsten van de stad op en verwekten een vervolging tegen Paulus en Barnabas en verdreven hen uit hun gebied. (Handelingen 13:50)
In Thessalonica: De Joden echter werden jaloers, namen enige boze mannen van het gepeupel te hulp, veroorzaakten een volksoploop en brachten de stad in tumult; en zij kwamen op het huis van Jason af en trachtten hen voor het volk te brengen. Toen zij hen echter niet vonden, sleepten zij Jason en enige broeders voor de stadsbestuurders en riepen: Dezen, die het aardrijk in oproer brengen, zijn ook hier gekomen, en Jason heeft hen opgenomen; en dezen handelden allen tegen de verordeningen van de keizer door te zeggen dat er een andere koning is: Jezus. (Handelingen 17: 5-7)
In Berea: Toen de Joden uit Thessalonika echter vernamen, dat ook in Berea door Paulus het woord van God werd verkondigd, kwamen zij ook daar de menigten in opschudding en verwarring brengen. (Handelingen 17:13)
In Korinte: Maar toen Gallio landvoogd van Achaje was, keerden zich de Joden als één man tegen Paulus en brachten hem voor de rechterstoel, en zeiden: Deze tracht de mensen te overreden om God op onwettige wijze te vereren. (Handelingen 18:12-13)
In Jeruzalem: Toen Festus dan in de provincie was aangekomen, ging hij na drie dagen van Caesarea op naar Jeruzalem. En de overpriesters en de voornaamsten van de Joden dienden een aanklacht tegen Paulus bij hem in … En toen hij was voorgekomen, stonden de Joden die van Jeruzalem waren gekomen, om hem heen en brachten vele zware beschuldigingen in, die zij niet in staat waren te bewijzen, (Handelingen 25:1-7)
Deze laster is nog regelmatig doorgegaan in de tijd dat de christenen door de Romeinen vervolgd werden.

In 132 brak de laatste Joodse opstand tegen de Romeinen uit. De Jood Bar Kochba claimde de Messias te zijn en organiseerde een opstand tegen de Romeinen. Hij eiste van de Joodse christenen dat zij Jezus zouden verloochenen. Dit weigerden zij uiteraard, wat resulteerde in hevige vervolgingen door Bar Kochba c.s. In 135 werd de opstand door de Romeinen neergeslagen en werd Jeruzalem en omgeving verboden gebied voor Joden en voor Joodse christenen. Het Joodse land kreeg de nieuwe naam Syrisch Palestina en Jeruzalem werd hernoemd in Aelia Capitolina.

Een letterlijke vervulling van vervolging in Smyrna is de terechtstelling in 155 AD van 11 christenen in de arena van Smyrna en de verbranding van Polycarpus, de bisschop van Smyrna, een jaar later. Volgens W.J. Ouweneel (De Openbaring van Jezus Christus I, blz 172) speelden Joden een hoofdrol in de beschuldigingen van de hoogbejaarde ‘apostolische vader’ en droegen zelfs ijverig hout aan voor de brandstapel.


10a Vrees niets van wat u zult lijden. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u op de proef gesteld wordt, en u zult een verdrukking hebben van tien dagen.

Paulus, die ook vervolging had meegemaakt, schreef al: “Want ik acht, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet waard is vergeleken te worden met de toekomstige glorie die aan ons geopenbaard zal worden“ Romeinen 8:1). Jezus had ook al eerder gezegd om niet te vrezen voor vervolging (Matteüs 10:28).
Sommigen zouden hevig vervolgd worden. Bij de verdrukking van 10 dagen wordt wel gedacht aan 10 perioden van vervolging van christenen tijdens de Romeinse overheersing. Bijvoorbeeld deze 10 perioden (zie ook www.bibleprobe.com ):

Periode: Onder welke keizers:
164-68 Nero (54-68), bron: de Romeinse historicus Tacitus (56-117), Annales XV 44
290-95 Domitianus (81-96)
3108-138 Trajanus (98-117) (kaart) en Hadrianus (117-138)
4155-180 Antonius Pius (138-161) en Marcus Aurelius (161-180)
5202-217 Septimus Severus (193-211) en Caracalla (211-217)
6235-238 Maximinus I Thrax (235-238)
7249-251 Decius (249-251)
8257-260 Valerianus I (253-260)
9274-286 Aurelianus (270-275) en opvolgers
10303-311 Diocletianus (303-305) en Galerius (305-311)

Maar ook daarna hebben er nog bloedbaden plaatsgevonden. Zo zijn er in het Turkse Izmir (voorheen Smyrna) in 1922 duizenden Grieken en Armeniërs vermoord door de Turkse troepen (zie Prof. M. H. Dobkin en Wikipedia).

10b Wees trouw tot de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.

De oproep is om te volharden in het geloof. Want volharding is nodig om de belofte te ontvangen (Hebreeën 10:36). En die belofte is de kroon van het leven (Jakobus 1:12) in de hemel.


11 Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, zal geenszins van de tweede dood schade lijden.

Jezus had al eerder gezegd “ En weest niet bang voor hen die het lichaam doden maar de ziel niet kunnen doden, maar weest veel eerder bang voor Hem die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel“ (Matteüs 10:28). De hel is de poel van vuur, waar iedereen terecht komt, die de tweede dood zal sterven (Openbaring 20:14, 21:8). Maar daar hoeven de overwinnaars niet bang voor te zijn. Zij zullen eeuwig leven en altijd met de Heer zijn (1 Thessalonicenzen 4:17).



Volgens Professor Jay Smith begonnen reeds in de tweede eeuw sektarische groepen eigen geschriften te maken. Deze zijn onbetrouwbaar omdat ze zo laat geschreven zijn en omdat de inhoud zo afwijkt. De vroegchristelijke kerkleiders, de zgn. "kerkvaders", kwamen onmiddellijk in actie en vochten deze geschriften aan. Zij ontkrachtte ze met citaten uit het Nieuwe Testament. Zo lieten de kerkvaders documenten van de nieuwtestamentische tekst na.
Onderzoekers verzamelden er zoveel mogelijk fragmenten van voor het Concilie van Nicea. Daaruit kwamen erg veel citaten van de vroege kerkvaders. Hier een opsomming:

# citaten kerkvader:levensjaren:
330 Justinus de Martelaar100-165
1.800 Ireneüs van Lyon140-202
2.400 Clemens van Alexandrië150-215
7.200 Tertullianus160-230
1.400 Hippolytus170-235
18.000 Origenes185-254
5.175 Eusebius - kerkhistoricus263-339

Origenes schreef de 18.000 citaten uit alle 27 brieven van het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament heeft ruim 5.000 verzen. En met deze citaten kunnen we het hele Nieuwe Testament voortbrengen op 11 onbeduidende verzen na! Bron: Professor Jay Smith op Brink TV.
Omstreeks 170 was er al een lijst van 22 herkende boeken van het Nieuwe Testament, de Canon Muratori. Alleen de boeken Hebreeën, Jakobus, 1 Petrus, 2 Petrus en 3 Johannes ontbraken.
In 303 beval keizer Diocletianus alle NT geschriften te vernietigen. Daartoe moesten de gemeenten al hun heilige boekrollen inleveren. Maar zij scheepten de autoriteiten af door andere christelijke boeken in te leveren, in de hoop dat de politie het verschil niet zou zien. Zo beseften de vroege christenen het onderscheid tussen canonieke en niet-canonieke boeken en werd dit onderscheid in de hele christenheid meer bekend (Het ontstaan van de Bijbel EO, 1979, blz 81.).
Ondanks de vervolgingen groeide het christendom in grote delen van het Romeinse rijk:

Klik op Pergamus om verder te gaan of ga verder met de chronologie van Smyrna.

Chronologie van Smyrna
47 Joden stoken de voornaamsten van Antiochie in Pisidie tegen de christenen op (Handelingen 13:50).
50 Jaloerse Joden sleuren enkele christenen voor de stadsbestuurders van Tessalonica met valse beschuldigingen (Handelingen 17:5-9).
52 Paulus wordt te Korinte door Joden voor de rechterstoel van Gallio, landvoogd van Achaje, aangeklaagd (Handelingen 18:12-23).
54 - 68 Nero keizer van Rome.
60 De overpriesters en de voornaamste Joden dienen een aanklacht in tegen Paulus bij Festus, de nieuwe landvoogd van Judea (Handelingen 25:1-8).
64 - 68 1e periode van Romeinse christenvervolging.
69 - 79 Vespasianus keizer van Rome.
70 Verwoesting van Jeruzalem en tempel, begin van de diaspora.
73 Verovering van het laatste Joodse bolwerk Massada.
79 - 81 Titus keizer van Rome.
81 - 96 Domitianus keizer van Rome.
90 - 95 2e periode van Romeinse christenvervolging.
98 -117 Trajanus keizer van Rome.
108-138 3e periode van Romeinse christenvervolging.
117-138 Hadrianus keizer van Rome.
131 Op de puinhopen van Jeruzalem laat keizer Hadrianus de stad Aelia Capitolina bouwen.
132-135 Tweede Joodse opstand tegen de Romeinen onder leiding van de valse messias Bar Kochba.
135 Jeruzalem wordt verwoest en Judea krijgt de naam Syrisch Palestina. Bar Kochba sneuvelt.
138-161 Antonius Pius keizer van Rome.
155-180 4e periode van Romeinse christenvervolging.
155 11 christenen geëxecuteerd in de arena te Smyrna.
156 Polycarpus, de bisschop van Smyrna, levend verbrand.
161-180 Marcus Aurelius keizer van Rome.
165 “Kerkvader” Justinus de Martelaar onthoofd te Rome.
177 Photinus, bisschop van Lyon, gelyncht. Enige medechristenen worden in het plaatselijke amfitheater door wilde dieren gedood.
193-211 Septimus Severus keizer van Rome.
±200 De Syrische koning Abgar VIII, die regeerde vanuit Edessa, bekeert zich tot het christendom.
202-217 5e periode van Romeinse christenvervolging.
202 “Kerkvader” Ireneüs, bisschop van Lyon, overlijdt.
211-217 Caracalla keizer van Rome.
215 “Kerkvader” Clemens van Alexandrië overlijdt.
±230 “Kerkvader” Tertullianus overlijdt.
235-238 Maximinus I Thrax keizer van Rome,
6e periode van Romeinse christenvervolging.
235 “Kerkvader” Hippolytus sterft als dwangarbeider in de steengroeven.
249-251 Decius keizer van Rome,
7e periode van Romeinse christenvervolging: keizer Decius eist van iedereen publieke erkenning van de Romeinse staatsgodsdienst. Iedereen wordt verplicht aan Romeinse goden te offeren, op straffe van marteling.
253-260 Valerianus I keizer van Rome.
254 “Kerkvader” Origenes overlijdt.
257-260 8e periode van Romeinse christenvervolging.
270-275 Aurelianus keizer van Rome.
274-286 9e periode van Romeinse christenvervolging.
301 Het christendom wordt staatsgodsdienst in Armenië.
303-305 Diocletianus keizer van Rome.
303-311 10e periode van Romeinse christenvervolging, die begint met zeer strenge edicten tegen christenen. Het christendom wordt officieel verboden. Vooral in het oosten van het Romeinse rijk wordt de vervolging erg.
305-311 Galerius keizer van Rome.
Klik op Pergamus om verder te gaan.

^ Top

Terug naar Homepagina